Gevolgen voor landbouw in het Zuiden

Video's

Gevolgen voor het Zuiden - Extreme weerfenomenen

Gevolgen voor het Zuiden - Afsmelten gletsjers

Gevolgen voor het Zuiden - Seizoenen in de war

Gevolgen voor het Zuiden - Oceanen ontregeld

De effecten van klimaatverandering op de landbouw zijn niet eenduidig negatief. Hogere temperaturen vormen een stressfactor voor planten maar kunnen ook het groeiseizoen verlengen en ruimere keuze aan gewassoorten toelaten. Een hogere concentratie CO2 kan de groei versnellen. Anderzijds kunnen ziekten zich in een milder klimaat makkelijker verspreiden.

De landbouw heeft een groot aanpassingsvermogen: nieuwe variëteiten kunnen andere omstandigheden verdragen en een goed bodemmanagement kan watertekorten tegengaan. Voor de landbouw in regio’s met een gematigd klimaat kan klimaatverandering zelfs een voordeel opleveren.

In (sub)tropische regio’s zijn de gevolgen van klimaatverandering voor de landbouw doorgaans catastrofaal. Minder regenval en droogte of omgekeerd hevige regenval en bodemerosie, brengen de landbouw zware schade toe. In tegenstelling tot bij ons leeft een groot percentage van de bevolking in ontwikkelingslanden van de landbouw. Ter vergelijking: in Senegal werkt 77% van de actieve bevolking in de landbouw. In België is dat maar 2%. We stellen vast dat van de 1 miljard mensen die honger hebben in de wereld, de grote meerderheid van landbouw leeft. Het zijn de voedselproducenten die honger lijden!

Landbouwer zijn in een ontwikkelingsland is een risicoberoep:

  • Voor een boer is ziek zijn uit den boze. Een malaria-aanval betekent een verlies van ongeveer 10 werkdagen. Boeren zijn vaak ziek, net omdat velen ondervoed zijn en dus vatbaarder voor infecties.
  • Landbouw is afhankelijk van een goede infrastructuur: wegen om handelswaar naar de markt te brengen, koelwagens om vlees te vervoeren, koelinstallaties, goede opslagmogelijkheden … In veel ontwikkelingslanden zijn de wegen in slechte staat en valt de elektriciteit regelmatig uit.
  • Het beroep van landbouwer wordt van ouder op kind doorgegeven. Vaak worden de meeste kinderen van één gezin opnieuw boer (wegens een gebrek aan scholing of  alternatieven). Bij erfenissen wordt de grond onder de kinderen verdeeld. Na enkele generaties worden de lapjes grond te klein om een heel gezin te voeden.
  • Landbouwproducten uit ontwikkelingslanden bekleden zowel op de lokale als de wereldmarkt vaak een slechte positie. Ze hebben het moeilijk om te concurreren met goedkope (of gedumpte) handelsgewassen uit China, Europa …