Seizoenen in de war

 

Video's

Vliegenvanger - vervroegen lente

Ree - parasieten

Poolvos - opschuiven soorten

IJsvogel - exoten

George Sperber - bosbouwer

Gevolgen voor het Zuiden - Seizoenen in de war

In de meeste landgebieden komen minder koude dagen en nachten en minder vriesdagen voor. In de meeste gebieden op midden en hoge breedtegraad is het vorstvrij seizoen langer geworden. Op het noordelijk halfrond begint de lente hierdoor steeds vroeger.

In grote delen van Europa en Noord-Amerika ziet men een vervroeging in jaarlijks terugkerende seizoensgebonden verschijnselen zoals de blad- en bloemvorming of het leggen van eieren. Op hoge en midden breedtegraad neemt men ook een verlenging van het groeiseizoen van planten waar.

Door de globale opwarming en mildere winters in heel wat streken zien we dat soorten naar meer noordelijke gebieden opschuiven. Ook heel wat schadelijke planten en dieren kunnen zo hun verspreidingsgebied uitbreiden.

De landbouw is erg afhankelijk van het klimaat. In ontwikkelingslanden leeft een groot percentage van de bevolking van de landbouw. Als seizoenen niet meer voorspelbaar zijn, heeft dat een impact op de landbouw en dus op heel wat mensen in het Zuiden.

 

Mensen in het Zuiden

Groeiseizoen planten

Terugkerende seizoensgebonden verschijnselen

Opschuiven soorten

Opmars schadelijke planten en dieren

Om een plaats op aarde aan te duiden werken we met breedtegraad en lengtegraad. De breedte bepaalt de afstand tot de evenaar en wordt uitgedrukt in graden. Die is 0 graden op de evenaar en maximaal 90 graden op de polen. De breedtegraad van een plaats is de hoek van de verbindingslijn tussen die plaats en het middelpunt van de aarde en het vlak van de evenaar. - Tot 30 graden breedte is de evenaar in de buurt en is er sprake van een lage breedtegraad. - Vanaf 60 graden komen de polen dichterbij en is er sprake van een hoge breedtegraad. - Tussen 30 graden en 60 graden spreekt men over een gematigde of midden breedtegraad.